Groentips & Groeninfo

Ecologisch tuinieren met Iris Veltman

Advertentie: Klik voor een vergroting

Wat betekent het en waarom zoudt u?

Een mooie dag breng ik het liefste door met een boek op de bank in mijn tuin. Ik heb echter meestal weinig oog voor mijn boek, er valt gewoon te veel te zien. Overal waar ik kijk is het groen. Wat een hoop verschillende tinten groen zijn er eigenlijk! En als ik langer kijk, word ik me bewust van vele, kleine bewegingen, die niets met de wind te maken hebben. Dan zie ik hommels, mieren, spinnen, vlinders, bijen, bladluis...

“O jee, bladluis!” zullen veel mensen nu zeggen. Ik heb er geen probleem mee. Want als ik er beter naar kijk, zie ik op een groot blad mieren de bladluizen melken, terwijl op een blad daaronder de larve van een lieveheersbeestje zit. De larve is alleen en lijkt even te pauzeren; er liggen alleen nog witte lijkjes van bladluizen om hem heen. Ik weet: straks zijn de bladluizen op het blad waar nu de mieren zitten aan de beurt. Want de beste manier om dieren aan te trekken is ze voedsel aan te bieden. Ik wil lieveheersbeestjes om bladluis te bestrijden, juist daarom zal ik bladluis in mijn tuin moeten hebben.

En dat is nu precies waar ecologisch tuinieren om draait! Het accepteren dat de natuur in de tuin aanwezig is en deze ruimte geven. Ecologisch tuinieren houdt in dat er wordt getuinierd op basis van de natuurlijke balans met respect voor planten en dieren. Dat kan door geen chemicaliën of kunstmest te gebruiken, door diversiteit aan te brengen in de begroeiing en door niet te opruimiger te werken.

Maar waarom vind ik het nu zo belangrijk om ecologisch te tuinieren? De belangrijkste reden is dat er steeds minder natuur is waardoor dieren steeds meer afhankelijk worden van tuintjes. Maar in veel tuinen worden chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt. De stoffen die in deze middelen zitten komen op verschillende manieren in de kringloop terecht. Denk bijvoorbeeld aan neonicotinoïden uit anti-luis en mierenlokdoosjes die in de bodem komen en zo worden opgenomen door planten en in het stuifmeel terechtkomen. Of slakkenkorrels die slakken doden en vervolgens de egels die de dode slakken eten vergiftigen. Deze stoffen zitten in particuliere middelen en zijn goedgekeurd door de EU, maar die lopen op milieugebied wel vaker achter. En daar houdt het niet op. ‘Ondieren’ worden langzaam steeds vaker resistent, waardoor er overgegaan moet worden op zwaardere middelen. En als de stoffen in de tuin ophopen, dan is het onvermijdelijk dat de tuinier deze zelf ook binnenkrijgt, door eten uit eigen tuin, via de huid of bij de ademhaling. En de gevolgen daarvan zijn nog niet voldoende onderzocht.

Kunstmest is een afzonderlijk verhaal. Het strooien ervan verhoogt het zoutgehalte in de bodem, wat vooral ongunstig kan zijn voor het bodemleven. Bovendien kan kunstmest in de bodem ‘slapen’ waardoor er na een tijd ineens een overschot kan ontstaan (eutrofiëring) waar kunstmestgebruik in de landbouw vaak mee geassocieerd wordt.

Zeker in het begin is het eng om niet naar de spray te grijpen bij een uitbraak. Maar de winst is een tuin gonzend van leven die véél minder energie van de tuinier vergt dan men verwacht en die bovendien een gevoel van (extra) trots geeft.

Iris Veltman (Milieukundige)