Midden-Kennemerland

De strijd met de Buxusmot

Vele tuinliefhebbers mensen hebben de strijd met de buxusmot al opgegeven. Je ziet dat er dagelijks bij de gemeente opslag wagens met gerooide kale buxus bollen en hagen worden afgeleverd.

Een triest resultaat van ziekten en plagen die ons teisteren. Is het niet de iepenziekte of eikenprocessierups, het bacterievuur, de essentaksterfte of perenprachtkever dan is het wel de buxusmot, die zijn sporen nalaat. Het resultaat van onze welvaart zonder chemische bestrijdingsmiddelen. Meestal ziet je tuin er voor de vakantie mooier uit dan na de vakantie. Begrijpelijk want er wordt in die tijd weinig onderhoud gepleegd. Maar in de tijd dat je er niet bent grijpt de buxusmot zijn kans om dubbel toe te slaan. We zullen het moeten accepteren, omdat er bijna in elke tuin wel een plekje is te vinden voor het motje om eieren te leggen en een maaltijd voor de rups. In grote getalen vreten die je buxussen kaal. Dan verdwijnen ze weer tot er mogelijk weer nieuw blad is gevormd. Mijn buxus voorraad is al tot de helft gedecimeerd en ik denk dat ik de strijd ga verliezen. Maar ik geef het niet op. In de zomer kun je bijna dagelijks grote aantallen om zeep helpen. Door de vele generaties bij mooi weer komen ze snel terug tot zelfs in oktober en vreten hagen en solitairen tot transparante geraamten. Een en ander heeft ook te maken met het gegeven dat de struiken laag bij de grond staan en daar zijn ook katten en mezen houden daar niet van. De vogels doen in dit geval te weinig hun best. Bij mijn solitaire kegels van wel 3 meter hoog verzet ik me met hand en tand (de bladhark) maar we redden het niet. Misschien toch een reden om wat anders in de tuin te zetten? Toen ik bezig was met mijn destructie werk dacht ik aan het liedje van Tom Manders; “Er zitten twee motten in mijn oude jas”. De tekst is uiteraard wel wat aangepast.

Ik zie duizend motten, in mijn buxushaag

Die duizend motten, die zitten hier graag

Ze hebben honger als een paard, en eten blad in sneltreinvaart

Ze vreten struik en haag kapot, omdat een mot ook eten mot

Ze kruipen steeds verder, de struiken zijn kaal

We zien het gebeuren, en staan voor paal

Nico Brantjes Uitgeest