Midden-Kennemerland

Insect van hier: pluimvoetbij

Iris Veltman

Niet alles is wat het op het eerste gezicht lijkt. Zo kun je plots meerdere zanderige hoopjes tussen je tegels ontdekken en denken dat de mieren weer bezig zijn. Wat óók kan, is dat dit het werk is van pluimvoetbijen.

Pluimvoetbijen zijn sociale, solitaire bijen. Dat klinkt ingewikkeld, maar dat is het gelukkig niet. Bij solitaire bijen maakt ieder vrouwtje haar eigen nest. Ze maken dus geen kolonie samen, met werksters en een koningin die eitjes legt. Ze zorgen ieder voor hun eigen larven. Sociále solitaire bijen maken hun individuele nesten meestal vlak bij elkaar. Ze zijn dus wel sociaal, maar aan het eind van de dag trekken ze graag ieder de deur van hun eigen huisje achter zich dicht.

Vaak nestelen al deze sociale, solitaire bijen dus tussen je tegels. Juist dat zanderige trekt ze, vooral als het er lekker zonnig en warm wordt. Ik heb ze meermaals op straat in het trottoir aangetroffen (steken doen ze gelukkig niet!) en ze komen ook veel langs zanderige paden voor in het Noordhollands Duinreservaat, vooral rond Castricum. En als je dus, zoals veel van ons in deze afdeling, niet te ver van de duinen woont, dan kun je die bijen dus ook in je eigen stoepje of terras aantreffen.

Zie je dan zo’n vrouwtje uit haar nest kruipen, dan is er geen twijfel mogelijk: dit is een pluimvoetbij. Ze is heel makkelijk te herkennen, want vrij fors (12-15 mm) en met felgele borstels (pluimen) op haar achterpoten. Daarmee kan ze gemakkelijk in het zand graven én vervoert ze nectar. De mannetjes zijn moeilijker te herkennen, want variabel.

Pluimvoetbijen zijn vooral actief in juli en augustus, met een enkeling in juni. Het vrouwtje gaat dan in de ochtend op zoek naar stuifmeel voor haar eitjes. Daarmee vult ze één kamer (broedcel) in haar nest per dag. Zo maakt ze een tunnel in het zand naar beneden, die volgens Wildebijen.nl 30 tot 110 cm lang kan zijn en meerdere zijtakjes bevat. Die vult ze met 4 tot 14 broedcellen en in iedere cel legt ze één eitje, ieder met zijn eigen stuifmeelpakketje.

Dat stuifmeel verzamelt ze bij planten uit de Composietenfamilie. Wilde cichorei, knoopkruid en distels zijn favorieten, maar ze is ook gek op gele composieten en dan vooral planten die lijken op de paardenbloem: bloemhoofdjes met felgele lintbloemen, maar in tegenstelling tot de paardenbloem vaak met vertakte bloemstengels en andere bladeren. Voorbeelden zijn leeuwentand, streepzaad, biggenkruid en havikskruid. Dit soort paardenbloemachtige planten komen bijvoorbeeld vaak voor in gras, en dan is dat een geweldige plek voor ze om snel veel stuifmeel te verzamelen en heb je veel kans haar daar tegen te komen. Daarom was ik van de week ziedend: de gemeente tegenover mijn huis had een mooi stuk vol met biggenkruid (alweer) gemillimeterd…

Wilde cichorei en knoopkruid doen het prachtig in zonnige, matig voedselrijke bloemborders in de tuin. Vooral het knoopkruid begint in juni met bloeien en gaat door tot aan de vorst, hier in mijn tuin is het altijd een zee van de mooie paarse bloemen. Je kunt bij Cruydt-Hoeck ook simpelweg een plantenpakket speciaal voor de pluimvoetbij bestellen. Deze noemen ze het ‘Help de wijkbij’-pakket, juist omdat de pluimvoetbij zo vaak in wijken te vinden is.